AdBlue near you

Verwerking, transport en opslag van AdBlue®.

Belangrijke onderdelen van ISO 22241 deel 3:

  1. Termen en definities
    • Houdbaarheid: periode die begint met de voltooiing van de productie van de batch, waarbinnen AdBlue® bij opslag onder specifieke omstandigheden blijft voldoen aan de specificatie die is gedefinieerd in ISO 22241-1:2019, tabel 1.
    • Productiebatch: hoeveelheid AdBlue® die tijdens één bewerking is geproduceerd in een vestiging waar het product (het laatst) fysiek of chemisch is gewijzigd om te voldoen aan de specificaties die zijn gedefinieerd in ISO 22241.
      Opmerking: Het mengen van hoeveelheden AdBlue® wordt niet gezien als fysieke of chemische wijziging, mits de kwaliteit van de hoeveelheden voorafgaand aan het mengen voldoet aan de specificatie die wordt vermeld in ISO 22241-1:2019, tabel
    • Bulkbewerking: Verwerking van AdBlue® in grote containers.
      Opmerking: Voorbeelden van grote containers zijn tankwagens, treinwagons. opslagtanks en tankers.
    • Pakketverzending: verwerking van AdBlue® in kleine containers.
      Opmerking: Voorbeelden van kleine containers zijn vatten, jerrycans, flessen, IBC-containers en zakken.
  2. Vereisten voor het gebruik van materialen die compatibel zijn met AdBlue®
    Om besmetting van AdBlue® te voorkomen en corrosie van gebruikte hulpmiddelen (containers, ventielen, kleppen, fittingen, pakkingen, slangen, enzovoort) tegen te gaan, moet al het materiaal dat tijdens verwerking, transport en opslag direct in aanraking komt met AdBlue® (ook bij het nemen van monsters), compatibel zijn met AdBlue®.
    Opmerking: Weet u niet zeker of een bepaald materiaal compatibel is met AdBlue® neem dan contact op met de kwaliteitsmanager voor advies.

3. Fysieke omstandigheden tijdens opslag en transport.

  • Algemene aanbeveling
    1. Transport of opslag van AdBlue® waarbij gedurende langere tijd sprake is van een temperatuur boven 25 °C moet worden voorkomen om afbraak van ureum en verdamping van water uit geventileerde containers tegen te gaan.
    2. Sla AdBlue® niet op bij een temperatuur onder -5 °C om stolling te voorkomen.
      Opmerking: AdBlue® heeft in gestolde vorm een circa 7% groter volume dan in vloeibare vorm, waardoor een volledig gevulde, gesloten container kan barsten. Als u gestolde AdBlue® voorzichtig opwarmt tot een temperatuur van maximaal 30 °C, gaat dit niet ten koste van de kwaliteit en kunt u het product gebruiken zodra de opgewarmde oplossing geen stolsels meer bevat.
    3. Stel AdBlue® niet bloot aan zonlicht om een overmatige temperatuurstijging te voorkomen.
    4. Gebruik goed afgesloten containers en geventileerde containers met filters om AdBlue® te beschermen tegen besmetting via de lucht.
  • Houdbaarheid
    In de gehele distributieketen blijft AdBlue® naar verwachting voldoen aan de specificaties die in ISO 22241-1 worden vermeld, ten minste gedurende de perioden in tabel C mits bij de opslag van AdBlue® een constante omgevingstemperatuur wordt aangehouden.
  • Reiniging van oppervlakken die in aanraking komen met AdBlue®
    1. Alle oppervlakken die direct in aanraking komen met AdBlue® moeten vrij zijn van vreemde stoffen zoals brandstof, olie, vet, schoonmaakmiddelen, stof en andere substanties.
    2. Gebruik bij voorkeur geen kraanwater (vooral te hoge concentraties van Mg, Ca en Na). Beschikt u niet over gedemineraliseerd water, dan kunt u het materiaal afspoelen met kraanwater, mits u het tot slot afspoelt met verse AdBlue®.
  • Aanbevelingen met betrekking tot andere eigenschappen.
    Informatie over andere eigenschappen van AdBlue® staan in het veiligheidsinformatieblad. Hier vindt u informatie over gevarenclassificaties en regelgeving die moet worden nageleefd, evenals maatregelen die moeten worden genomen voor de bescherming van mens en milieu bij het omgaan met het product.

4. Procedures voor de omgang met containers en apparatuur

  • Algemeen
    1. Alle apparatuur die wordt gebruikt voor pakketverzending en bulkbewerkingen mag alleen voor dat doel worden gebruikt, moet grondig worden gereinigd en moet bewezen schoon zijn voor het gebruik met AdBlue®. De apparatuur moet als zodanig worden gemarkeerd.
    2. Gebruik alleen speciale containers of containers die bewezen schoon zijn om besmettingen te voorkomen.
    3. Hulpmiddelen voor temperatuurregeling zijn mogelijk vereist om de temperatuur binnen het voor AdBlue® aanbevolen bereik te houden zoals aangegeven in tabel C.
    4. De componenten van de apparatuur voor het vullen en leegmaken moet worden leeggemaakt, gereinigd en afgesloten na gebruik om besmetting van AdBlue® vanuit de omgeving te voorkomen. Gebruik vooral slangen alleen voor dit doel. Sluit ze na elk gebruik en zorg ervoor dat u ze op een gecontroleerde wijze behandelt en opslaat.
    5. Zie voor meer informatie de QSC-procedure en de procedure voor het retourneren van IBC-containers
  • Niet-bulkcontainers voor eenmalig gebruik:
    1. Elke container moet zijn voorzien van een identificatielabel of stempel zodat de inhoud ervan kan worden getraceerd naar de originele productiebatch AdBlue® van de leverancier.
    2. De binnenkant van de containers moet vóór het vullen visueel worden gecontroleerd conform een op schrift gestelde procedure.
    3. Tijdens het vullen van een reeks kleine containers met AdBlue® moet een monster van één liter worden genomen uit de eerste gevulde container. Het monster moet worden bewaard als een retentiemonster.
    4. Gevulde containers moeten worden verzegeld. Dit geldt niet voor geventileerde containers.
  • Specifieke bulkbewerking:
    1. Hulpmiddelen voor bulkbewerking die uitsluitend worden gebruikt voor transport of opslag van AdBlue® hoeven niet vóór het laden te worden gereinigd, mits alle kleppen, openingen en slangen zijn gesloten en behandeld zonder besmetting.
    2. Alle bulk- en losbewerkingen moeten worden vastgelegd als voorschriften met passende controlelijsten.
    3. Vóór het laden of lossen van AdBlue® moeten ten minste de resultaten van de volgende inspecties worden gedocumenteerd:
      • Correcte sluiting van alle kleppen en opening na voltooiing van het laden of lossen.
      • Controle van het reinigingscertificaat.
      • Visuele verificatie van de hulmiddelen voor bulktransport of -opslag op defecten of gebreken.
      • Identificatie van producten conform de leveringsdocumenten.
    4. Bij onregelmatigheden tijdens het laden of lossen moet onmiddellijk worden gestopt. Er moet een monster van het gevulde bulkcompartiment worden geanalyseerd en op basis van het resultaat van de analyse moeten passende maatregelen worden genomen.
  • Niet-specifieke bulkbewerking:
    1. Reinig grondig vóór het gebruik met AdBlue®.
    2. Bij de reiniging wordt rekening gehouden met de chemische aard van de laatste 3 (drie) getransporteerde producten.
    3. Dit is vastgelegd in een reinigingscertificaat.
    4. Voorafgaand aan het laden moet dit certificaat worden getoond op de locatie waar het vullen plaatsvindt.
    5. Verder moeten de uitgang, de ingang en de binnenkant van het transportmiddel visueel worden gecontroleerd.
    6. Na het laden moet een monster worden genomen. Dit monster moet representatief zijn voor de gehele lading.
  • Niet-specifieke apparatuur die wordt gebruikt voor het vullen van containers:
    1. Reinig grondig vóór het gebruik met AdBlue®.
    2. Bij de reiniging wordt rekening gehouden met de chemische aard van de laatste 3 (drie) getransporteerde producten.
    3. Analyseer een monster uit de eerste container die met AdBlue® is gevuld om na te gaan of wordt voldaan aan de specificaties van ISO22241-1.

De producten die eerder met deze apparatuur zijn gevuld en de resultaten van de analyse na productwisseling moeten worden gedocumenteerd.